Equipe deGraaff Ribbens reed afgelopen weekeinde een solide race. Enigszins vermoeid en ligt gestrest begonnen de twee Zevenhuizenaren aan dit enerverende weekend. De dag voor vertrek werd er nog 'even' een motor en een versnellingsbak ingebouwd die een paar uur eerder vanuit respectievelijk de VS en Australië waren binnengekomen. Nu is dat op zich niets bijzonders zij het niet dat de mannen van het door Jan Lammers geleide Racing4Holland nauwelijks bekend zijn met de Viper. Het is dus nieuw terrein voor de monteurs en als je dan ook nog onder tijdsdruk staat is dat niet altijd even makkelijk. Tot in de late uurtjes werd hard gewerkt door Ferry, Bas en Frits, om alles op tijd klaar te hebben. Woensdag avond reed het hele spul richting de Belgische Ardennen. Op tijd om donderdag een shakedown te doen. Onderweg werd nog even gecheckt bij de motorbouwer of de juiste ECU (motor regelunit) in de Viper zat. Dat bleek niet het geval en zodoende moest er ook op circuit nog even flink gesleuteld worden om te kunnen rijden. Donderdag einde middag stond de Etec Viper klaar om z’n eerste ronden te draaien op het befaamde circuit van Spa Franchorchamps. Al snel bleek dat sequentiële versnellingsbak en de nieuwe motor, de auto naar hoger niveau te hebben getild. De motor was erg krachtig en het schakelen een genot.
Kwalificatie
Robert en Philippe kwalificeren altijd om beurten en deze keer was het de beurt aan Robert. Het eerste deel van de kwalificatie verliep uitstekend. Lange tijd stond de Etec Viper bovenaan het lijstje. Helaas kon Robert in z’n tweede run zijn tijd niet verbeteren waar zes van z’n concurenten dat wel deden. De tijden zaten wel dicht bij elkaar, slechts acht tienden van een seconden achter op de als tweede gekwalificeerde Mosler van Mecke/Rehfeld.
Race 1
Na de vrije trainingen en kwalificatie wisten deGraaff en Ribbens dat het niet eenvoudig zou zijn om naar het podium te rijden. Door de nieuwe motor en sequentiële bak hadden ze wel de aansluiting gevonden maar het was niet eventjes 'erop en erover'. Vooral de LM600 van Euser en de DTM TT van v/d Zwaan/v/d Hoek bleven een maatje te groot. Wel wisten ze inmiddels dat de Moslers binnen bereik waren en dat een podiumplaats erin zou moeten zitten.
Robert de Graaff vertelt over zijn stint: “Toen de lichten uit gingen kwam ik goed weg. Ren Snel had problemen bij de start dus die was ik gelijk al voorbij. Vlak na Eau Rouge op het rechte stuk zag ik in m’n spiegels de snelle Porsche echter alweer groter en groter worden. Met dat lange rechte stuk moet je opletten met René, want zijn auto loopt erg hard. Ik koos ervoor om helemaal rechts te gaan rijden om zo goed voor de volgende bocht te zitten. Bij Les Combes zat hij wel links naast me maar in de bochtencombinatie daarna gaf ik hem minimale ruimte waardoor hij eieren voor z’n geld koos. Direct voor me reed de Mosler van Harry Mecke en die pakte ik vrij makkelijk in de volgende bocht. Achter me ontstond een klein gat waardoor ik me geheel kon focussen op de V8Star van Meindert van Buuren. Na Eau Rouge waar ik veel meters pakte kon ik de druk flink opvoeren. In Les Combes maakte Meindert van Buuren een foutje waardoor ik net naast hem kon komen en hem uit kon remmen. Vanaf hier was het een eenzame race. Het gat naar Cor Euser, Ian Flux en Ardi van der Hoek was zeven seconden. Zij waren met elkaar in gevecht waardoor ik een paar tienden per ronden naar ze toe reed. We hadden op dat moment een mooie basis voor een podium gelegd. Alle drie de auto’s voor me hadden strafseconden gekregen, aangezien ze de vorige race op het podium hadden gestaan. Helaas ging die droom snel in rook op. Bijna letterlijk, want een zware crash waarbij de safetycar en vijf andere auto’s bij betrokken waren deed de wedstrijdleiding besluiten de race met een code rood stil te leggen. Gelukkig geen persoonlijk letsel, maar wel vijf auto’s totall loss. Er werd minder dan 75 procent van afstand afgelegd en dus werd de race ongeldig verklaard. Zondag gewoon weer op nieuw beginnen vanaf p7!”
Race 2
Philippe Ribbens beschrijft de race: “Robert starte op zaterdag dus op zondag was het mijn beurt om te starten. In de opwarmronde viel de V8star van Van Buuren/Pastorelli al stil dus dat gaf voor mij wat ruimte. De start ging gelukkig goed en zonder kleerscheuren kwam iedereen door de eerste bocht. Euser en v/d Hoek verdwenen aan de horizon en ik zat vast achter twee Moslers. De snelste mensen van die teams hadden gekwalificeerd en nu lieten ze de langzaamste starten. Heel slim allemaal. Feit was dat ik vast zat achter twee auto's die waar mogelijk overal de deur dicht hielden. Uiteindelijk heb ik op het rechte eind met ongeveer 240 op de klok één van de twee even opgeduwd waardoor hij zo wijs was aan de kant te gaan en gelukkig volgde de andere zijn voorbeeld. Toen ik eenmaal vrij baan had gingen ook mijn tijden naar beneden en liep ik iets in op kop van het veld. Na 25 minuten ben ik gelijk naar binnen gegaan om het stuur aan Robert over te dragen.”
“In de hoop vóór de DTM Audi en de LM600 te komen, zij moesten namelijk vijftien respectievelijk tien seconden langer stilstaan, ben ik meteen vol gaan pushen toen ik de pitstraat uitreed. Na twee rondjes zag ik bij de pituitgang voor me de blauwe DTM Audi de baan opdraaien. Maar al vrij snel verdween hij aan de horizon. Ik lag derde en dat bleef zo tot het einde. In de laatste ronde hadden we nog wel wat problemen met de motor. Ik heb toen besloten rustig aan te doen. Het gat naar achteren was ruim veertig seconden, dus dat gaf me voldoende ruimte”, aldus Robert de Graaff.
Terugkijkend kunnen deGraaff en Ribbens wel stellen dat het weekend uitstekend is verlopen. De mannen van Racing4Holland leverden een topprestatie door de motor, versnellingsbak en modificaties foutloos in te bouwen en op de baan werd dat wat haalbaar was bereikt!