Equipe Van der Slik heeft afgelopen weekend een prima debuut in de Dutch Supercar Challenge beleefd. Op de Nürburgring wist het team tijdens de eerste race een zevende positie te behalen, waarna zij in de tweede manche op een uitstekende vierde stek bivakkeerde. Echter gooide een defecte koppelingsplaat roet in het eten.
Direct tijdens de eerste vrije trainingen zette de equipe scherpe tijden op het scorebord. Uiteindelijk werd een derde plaats in de Supersport 1 klasse gerealiseerd. Helmert Jan van der Slik begon vervolgens vol goede moed aan de kwalificatie. Met nieuwe banden pakte de coureur een vierde stek, echter was de snelheid op de rechte stukken nog niet naar wens.
Bij de start wist Helmert Jan zijn vierde positie niet te behouden, omdat de problemen met de topsnelheid nog aanwezig waren en daardoor posities verloor. Na 35 minuten nam Isaac van der Slik het stuur over begon fris aan de race en klom op van de negende naar de zevende stek in de race en finishte op deze positie.
Na de race werd er geconcludeerd dat het probleem met topsnelheid puur aan de pk’s aan de motor was te wijten, aangezien er
dertig kilometer per uur topsnelheid verschil was met de rest van het veld.
Helmert Jan kroop achter het stuur voor de tweede race, die hij alleen reed. Ondanks problemen met de topsnelheid wist hij met de Marcos de kopgroep bij te houden en wist zich te handhaven op de vierde positie. Op weg naar de derde stek begaf de koppelingsplaat het, waardoor Van der Slik zijn groene bolide in het gras moest parkeren.
Teammanager Bram van der Slik: "Helaas speelde het topsnelheid verhaal een grote rol dit weekend. Uit metingen vanuit de organisatie blijkt dat wij zo’n 25 tot 30% vermogen misten ten opzichte van de rest van het veld. Dat wij dan toch nog om het podium meestreden doet ons alleen maar goed. Wanneer wij het vermogen ook op peil hebben doen wij absoluut voor de winst mee!"