Bij veel deelnemers van de Dutch Supercar Challenge zal de vandaag verreden race tijdens de Pinksterraces op Circuitpark Zandvoort in het geheugen gegrift staan. Een aantal rijders was te laat klaar om te vertrekken voor de startopstelling en hield hierdoor vele andere deelnemers op. De wedstrijdleiding was onverbiddelijk en sloot op het voorgeschreven tijdstip de hekken naar de baan. In totaal moesten hierdoor meer dan twintig deelnemers starten vanuit de pitstraat, en hadden veel coureurs geen voordeel van hun goede startpositie. De race werd gewonnen door het duo Cor Euser en Jan de Wit, voor Pieter van Soelen en het duo Van den Bos / Thuis. In de Sport I-divisie ging de overwinning naar Jeffrey van Rooijen, voor equipe Van der Kooi en Joost den Ouden. In de Sport II-divisie mocht Rob Nieman voor de vierde keer op rij de hoogte trede beklimmen op het podium. Teamgenoot Erik Buys werd tweede, voor de in een Mini Cooper uitkomende Arno Reijntjens.
De start zorgde in de Supersport II-divisie al in het begin van de race voor veel verschuivingen. Door de hectische startprocedure zoals eerder beschreven moesten veel deelnemers uit de pitstraat starten. Hierbij waren onder anderen de als tweede gekwalificeerde Milko Tas, Saker-coureur Bob Herber en het duo Euser/De Wit. Pieter van Soelen was wel op tijd voor de startopstelling en mocht vertrekken van de eerste plaats. Deze plek wist Van Soelen bij de start te behouden. Achter Van Soelen was het Richard van den Bos, die met zijn BMW E36 M3 een goede start had en Robin Monster terugdrong tot de derde plaats.
Het was echter niet de kop van het veld, maar de vanuit de pitstraat gestarte Cor Euser die tijdens het begin van de race de snelste rondetijden noteerde. De bestuurder van de Marcos Mantis reed als een warm mes dat door boter snijdt door het veld. Al in de zesde ronde reed Euser op de tweede plaats, en begon hij stukje bij beetje in te lopen op Van Soelen, die op dat moment al een aantal seconden los was van zijn naaste concurrenten. Tussen Van Soelen en Euser ontstaat een mooi gevecht. Het lukte Euser om na een aantal ronden de koppositie over te pakken van Van Soelen. De BMW-coureur gaf zich echter niet zomaar gewonnen en presteerde het om een ronde later Euser bij het ingaan van de tarzanbocht uit te remmen. Een ronde later lukte het Euser echter weer om op hetzelfde punt alwaar Van Soelen het een ronde eerder deed de koppositie terug te pakken.
Achter de koplopers waren het Richard van den Bos met de BMW E36 M3 en Robin Monster met de door RIWAL gesponsorde Seat Leon SuperCopa die ronden lang met elkaar in gevecht waren. Van den Bos reed echter zeer sterk en wist zich goed breed te houden. De twee bolides reden tot aan de pitstops als een touwtje achter elkaar, maar Robin Monster lukte het niet om een gaatje te vinden bij Van den Bos. Na de pitstops waren de posities echter wel gewisseld, als de in de Seat Leon SuperCopa ingestapte Ferry Monster net iets sneller zijn pitstop weet te voltooien. Ook na de pitstops zijn beide bolides aan elkaar gewaagd, en het duurde dan ook niet lang voordat Henk Thuis, die het stuur had overgenomen van Richard van den Bos, aan begon te dringen bij de Seat Leon SuperCopa van de gebroeders Monster. Uiteindelijk verschalkte Henk Thuis Ferry Monster toen Monster vast kwam te zitten achter een langzamere deelnemer en Thuis de betere lijn koos.
Aan de kop van het veld was het na de pitstops nog steeds de Marcos Mantis die het veld aanvoerde. De voorsprong van Jan de Wit, die bij de pitstops het stuur had overgenomen van Cor Euser, bedroeg bijna een minuut op Van Soelen en zou deze voorsprong niet meer uit handen geven. Na de pitstops lag equipe Van der Slik lange tijd op de derde plaats, maar doordat zij te kort stilstonden bij de pitstop vielen ze middels een drive-through terug naar de vijfde plaats. Hierdoor werden Richard van den Bos en Henk Thuis derde, voor de gebroeders Monster. Eugène Janssen eindigde op een zesde plek, voor Bob Herber die ondanks wederom problemen met de brandstoftoevoer nog zevende werd. Milko Tas werd achtste, maar zette een aantal ronden voor het einde uit voorzorg zijn Seat Leon SuperCopa al stil in de pitstraat omdat de motor erg warm werd en de versnellingsbak begon te haperen.
Bij de start van de Sport I-divisie was het Jeffrey van Rooijen die goed van start ging. Hij pakte al in de eerste ronde de koppositie. Ook Laurens Gooshouwer had een goede start en legde beslag op de tweede plaats, voor de Duitser Wilfred Schawohl en Lotus-bestuurder Onno van Rheenen. Ook in deze divisie moesten veel deelnemers vanuit de pitstraat starten, onder wie equipe Van der Kooi en de Belg Luc de Cock. Ver achteraan gestart wist dit duo in de eerste ronden op te rukken naar plek vier en vijf in de divisie, waarbij ze op de voet gevolgd werden door Joost den Ouden.
Door de vele resultaatseconden bij een aantal deelnemers, die deze gekregen hadden door hun goede resultaten in de eerste races, werd het veld bij de pitstops flink door elkaar geschud. Vooraan was het nog steeds nieuwkomer Jeffrey van Rooijen die vrij van deze resultaatseconden veel voordeel had bij de pitstops. Achter Van Rooijen was het equipe Van der Kooi op een tweede plek en Joost den Ouden die de derde plaats had weten te bemachtigen.
Achter de top drie ontstond een spannend gevecht tussen teamgenoten Wilfred Schawohl en Luc de Cock. Uiteindelijk was het Luc de Cock die aan het langste eind trok wanneer Schawohl de vangrail toucheerde en met een beschadigde Lotus op moest geven in de pitstraat. Aan de kop van het veld veranderde niks, waardoor Jeffrey van Rooijen bij zijn eerste raceweekend in de Dutch Supercar Challenge een overwinning in de wacht sleepte. Van der Kooij werd tweede, voor Joost den Ouden die onder luid gejuich van zijn teammaten de derde plaats van het podium mocht beklimmen.
Voor de race hield bijna niemand het voor mogelijk dat Rob Nieman zijn vierde overwinning op rij binnen zou slepen. Door zijn eerdere overwinningen moest Nieman namelijk in totaal 45 seconden extra stilstaan in de pitstraat Nieman was echter een van de weinigen in zijn divisie die niet de dupe was van de startprocedure waardoor hij al in het begin van de race een forse voorsprong kon opbouwen op zijn concurrentie.
Achter Nieman was het Arno Reijntjens die met zijn Mini Cooper in de eerste ronde de tweede plek wist te bemachtigen, voor Clio-bestuuder Erik Buys. Laatstgenoemde wist echter al in de tweede ronde voorbij te gaan aan Reijntjens, waarna Buys zijn voorsprong op Reijntjens gestaag begon uit te bouwen.
De voorsprong van Nieman op teamgenoot Buys was na een half uur racen al zo groot dat zelfs zijn vele resultaatseconden niet genoeg waren om zijn eerste plaats af te staan. Hierdoor eindigde Nieman voor de vierde keer op rij op de eerste plaats in de Sport II-divisie, voor teamgenoot Erik Buys en Arno Reijntjens. Jitse Villerius eindigde op plek vier en pakte hiermee waardevolle punten voor het kampioenschap.