SPA FRANCORCHAMPS - Spa Francorchamps was Cor Euser dit weekend op zijn lijf geschreven. Na zijn overwinning tijdens de race op zaterdag pakte de Marcos-coureur ook op zondag de volle winst. Tweede eindigde Alex van ’t Hoff, voor René Snel die de derde positie in de slotfase pakte omdat Berry van Elk met technische problemen op moest geven. In de Supersport I-divisie ging de overwinning naar Wolf Nathan en Jaap van Lagen, voor Martin Webb en Kees Kreijne. In de Supersport II-divisie ging de overwinning naar Eugène Janssen en André de Vries, voor Diederik Sijthoff en de gebroeders Monster. Richard van den Bos en Bert van der Zweerde triomfeerden in de Sport-divisie en pakten bovendien door het uitvallen van Mark van der Aa en Koen Bogaerts het kampioenschap in deze klasse. Tom en James Webb eindigden als tweede, voor Rob Nieman in zijn Renault Clio RS.
Peter Versluis had een goede start van de race. Begonnen vanaf de vierde positie klom de Ferrari-coureur meteen op naar de tweede plaats achter Cor Euser. Robert de Graaff kwam in de La Source in het gedrang terecht en moest daardoor naar buiten uitwijken. Hij verloor hierbij twee plaatsen en viel terug tot de vierde positie.
Peter Versluis kon niet lang genieten van zijn tweede positie, want hij voelde al snel de hete adem in zijn nek van verschillende concurrenten. Zo was Robert de Graaff na zijn mindere start gebrand om meteen weer naar voren te rijden. De bestuurder van de ETEC-Viper klom dan ook al weer snel op naar de tweede positie. Ook Alex van ’t Hoff en René Snel slaagden erin om voorbij te gaan aan Versluis.
Van ’t Hoff reed een goede wedstrijd en kon veel weerstand bieden aan Robert de Graaff. Vlak voor de pitstops lukt het Alex zelfs om voorbij te gaan aan de ETEC-Viper. Ook daarachter vonden nog verschillende wisselingen plaats. Zo reden Nicky Pastorelli in de V8Star en Berry van Elk in de Mosler MT900 GT3 naar de posities vijf en zes.
Twee minuten voordat het pit-window open ging kwam de safetycar de baan op omdat de Seat Leon SuperCopa van Milko Tas stil was gevallen en naar mening van de wedstrijdleiding gevaarlijk geparkeerd stond. Omdat vlak daarna de pitstops plaats mochten vinden dook bijna iedereen tegelijk de pitstraat in, met veel chaos tot gevolg.
In de hectiek ging het bij verschillende deelnemers fout, zoals bij de ETEC-Viper van Robert de Graaff. “Robert was vergeten om de stopwatch in te drukken bij het inrijden van de pitstraat. Ook onze monteur was dat vergeten, dus we hadden geen idee hoe lang we stilstonden. We hebben daarbij misschien wel een minuut verloren”, aldus het team na afloop. Hierdoor kwam De Graaff pas als achtste algemeen terug de baan op.
Na de pitstops waren Cor Euser en Alex van ’t Hoff solide op de eerste en tweede plaats komen te liggen. Daarachter was het nog spannend, want René Snel kon het tempo van de op de derde positie liggende Berry van Elk goed bijhouden. In de slotfase kon Snel zelfs nog profiteren, omdat Van Elk zijn Mosler met technische problemen langs de baan moest parkeren. Cor Euser finishte dus als eerste, voor Alex van ’t Hoff en René Snel.
Harry Stoeltie kon in de Supersport I-divisie zijn koppositie bij de start behouden. Kees Kreijne behield ook zijn tweede positie, maar daarachter hadden Rob Frijns en Martin Webb een positie verloren aan de Renault Mégane Trophy van Erol Ertan en Philippe Ribbens.
Overigens was het starten van Rob Frijns op zich al opmerkelijk. In de uitloopronde van de zaterdagrace was namelijk de motor van zijn Porsche kapot gegaan. Het team is daardoor op zaterdagavond met de Porsche nog naar Porsche Team Lammertink gereden, die nog een reservemotor hadden liggen. Het team was uiteindelijk om zeven uur s’ochtends weer terug op het circuit.
Frijns verloor in de beginfase nog meer posities omdat hij in de busstop-chicane in de rondte ging met zijn Porsche. Onder andere Wolf Nathan kon daarvan profiteren. Nathan reed een zeer sterke stint en kon zelfs bij de top drie aanhaken.
Na de pitstops kon Harry Stoeltie zijn eerste positie behouden, maar daarna sloeg het noodlot voor hem toe. De Marcos van Stoeltie viel namelijk stil waardoor hij zijn eerste positie in rook zag opgaan. Hierdoor kwam Jaap van Lagen, die bij de pitstops het stuur van de Uponor-Porsche had overgenomen van Wolf Nathan, op de eerste positie te liggen. Van Lagen stond die plaats dan ook niet meer af. Tweede eindigde Martin Webb, voor Kees Kreijne met de Aston Martin.
Bij de Supersport II-divisie was het Diederik Sijthoff die er bij de start meteen als een haas vandoor ging. Daarachter waren Pieter van Soelen en Ferry Monster in een fel gevecht met elkaar verwikkeld om de tweede positie. Bovendien lagen Luc de Cock en Eugène Janssen daar niet ver achter.
Ook na de pitstops lag Diederik Sijthoff op kop, maar hij kreeg het daarna meteen aan de stok met André de Vries. De bestuurder van de BMW Z4 M Coupé had het niet makkelijk met Sijthoff, maar slaagde er toch in om aan de Marcos voorbij te gaan.
Sijthoff leek daarna voor de tweede positie op rozen te zitten, maar een technisch probleem zorgde ervoor dat zijn Marcos hevig begon te roken. De tijden van Sijthoff waren ook meteen een stuk minder snel. “De laatste ronden heb ik telkens al bij 4000 toeren geschakeld om maar te voorkomen dat de motor kapot zou gaan. De race had ook geen ronde langer moeten duren want dan had hij het niet uitgehouden denk ik”, legde Diederik Sijthoff na afloop uit, die zijn tweede positie wel kon behouden.
Robin Monster was er na de pitstops in geslaagd om Pieter van Soelen in te halen. Sijthoff en Monster konden echter geen vuist meer maken naar André de Vries, die de overwinning voor hem en Eugène Janssen veiligstelde. “Het was top. Na zolder is de auto helemaal opnieuw opgebouwd en als je dan meteen een eerste en tweede plaats kan pakken dan is dat helemaal super”, vertelde overwinnaar Eugène Janssen na afloop. “Daarnaast heb ik in André de Vries een geweldige teammaat gevonden.” Janssen beleeft ondanks zijn gebrekkige gezondheid nog steeds veel plezier aan het racen. “Het liefst teken ik meteen voor volgend seizoen, maar ik moet het per maand bekijken. Zolang ik zonder medicijnen kan racen ga ik zeker door!”
In de Sport-divisie kon Richard van den Bos bij de start zijn eerste positie behouden. Veel ronden kon Van den Bos daar niet van profiteren, want de BMW van de gebroeders Webb was bloedsnel. Het lukte hen dan ook om na een paar ronden voorbij te gaan aan Richard van den Bos.
Daarachter waren Peter en Nico van Vliet op een derde positie komen te liggen, omdat Koen Bogaerts een mindere start had. Koen herstelde zich echter goed en kon die derde positie weer snel terugpakken. Toch liep het tijdens de hectische pitstops niet goed af voor Bogaerts en zijn teammaat Van der Aa.“Ik wilde wegrijden bij de pitstop maar kon zelf niet zien of er iets aankwam. Ik vertrouwde daarom op mijn monteurs die aangaven dat ik weg kon rijden”, vertelde Mark van der Aa. “Bij het wegrijden reed ik alleen vol tegen de deur aan van de Porsche van Wolf Nathan en Jaap van Lagen, die net hun stop wilden maken. Bij mij was linksvoor de wielophanging krom dus we konden niet meer verder rijden.”
Bert van der Zweerde had na de pitstops het stuur van Richard van den Bos overgenomen en slaagde erin om weer voorbij te gaan aan de BMW van Tom en James Webb. Richard van den Bos en Bert van der Zweerde wonnen dus de races, voor de gebroeders Webb. Derde eindigde Rob Nieman, die vandaag sneller bleek dan Aart Bosman en Peter en Nico van Vliet.
Naast de overwinning was er bij JR Motorsport na de wedstrijd nog meer reden tot juichen. Omdat Koen Bogaerts en Mark van der Aa geen punten scoorden mogen Richard van den Bos en Bert van der Zweerde zich kampioen noemen van de Sport-divisie 2010.