Bob Herber is het A1GP-weekend op Zandvoort voortreffelijk begonnen. De Saker-coureur won de eerste race van de Dutch Supercar Challenge, en hield hiermee Milko Tas en Pieter van Soelen achter zich. De finish van de race vond plaats achter de safetycar, omdat de auto van Cor van Valen in de Audi S-bocht een flink oliespoor had neergelegd. In de Sport I-divisie won Joost Muijen, voor Lotus-coureur Onno van Rheenen. Kampioenschapkandidaat Luc de Cock eindigde op de derde positie, en profiteerde hiermee optimaal van het uitvallen van John van der Voort en Peter Claassen. Zij moesten hun BMW voortijdig aan de kant zetten na een touché met Joost den Ouden. In de Sport II-divisie ging, doordat Spirit Racing afwezig is, de overwinning voor het eerst niet naar een Renault Clio. Hier won namelijk MINI-coureur Jan-Bart van Merksteijn.
De start van de race begon hectisch. Zo ging Van der Slik in de Tarzanbocht rechtdoor en had ook Robin Monster problemen met zijn auto. De Seat-bolide bleek namelijk last te hebben van aanlopende remmen waardoor Monster niet ten volle kon accelereren. Monster kwam dan ook pas als vijfde door na de Tarzanbocht.
Hiermee was voor Monster het leed nog niet geleden, want door zijn remproblemen ging hij een paar bochten later dwars over de baan. “Ik had de keuze om met 150 km/u rechtdoor te schieten of om te proberen om de auto de bocht om te krijgen. Ik ging voor het laatste waardoor ik dwars door de bocht ging. Helaas raakte Wilfred Herder mij waardoor ik in een spin raakte”, verklaarde Robin Monster na afloop. Monster kon na de spin zijn weg wel vervolgen, maar verloor hierdoor wel meer dan tien plaatsen. Later in de race zou Monster zelfs opgeven, omdat met de remproblemen niet meer te rijden leek. Een zware dobber voor de gebroeders Monster, die hiermee hun koppositie in het kampioenschap weer aan zich voorbij zagen gaan.
Aan de kop van het veld waren Milko Tas en Pieter van Soelen ondertussen in een felle strijd verwikkeld. Het duo reed ronde na ronde ongeveer dezelfde rondetijden, waardoor het gat tussen de twee coureurs beperkt bleef tot minder dan een seconde. Bob Herber kon op zijn beurt na een paar ronden naar het tweetal toe rijden, waardoor de kopgroep tot aan de pitstops uit drie man bestond.
Na de pitstops was de rangorde echter omgedraaid. Het was namelijk Bob Herber die de koppositie had overgenomen van Milko Tas en Pieter van Soelen. Herber had deze positie te danken aan zijn geringe resultaatseconden, maar had ook zonder dit geluk misschien wel kans gehad op deze positie. Zijn rondetijden waren namelijk snel waardoor het Tas, Van Soelen en de later aangesloten Norbart niet lukte om in te lopen op de koploper.
Uiteindelijk werd de race eigenlijk al een paar ronden voor het einde beslist omdat de auto van Cor van Valen in de Audi S-bocht een flink oliespoor had achtergelaten. De wedstrijdleiding besloot hierop om de safetycar de baan op te sturen zodat de marshalls de olie op konden ruimen. Het oliespoor was echter zo groot dat het de marshalls niet meer lukte om deze volledig op te ruimen voordat de racetijd verstreken was. Hierdoor finishte de race onder de safetycar-situatie, iets wat nog niet vaak is voorgekomen in de geschiedenis van de DSC.
Bob Herber was na afloop superblij met zijn overwinning. “Het ging echt lekker vandaag. Ik moest de eerste ronden wat toegeven op mijn voorgangers, maar kon na een ronde of vijf toch weer de aansluiting vinden met ze. Mijn banden hebben een paar ronden nodig om op snelheid te raken, maar zijn daarna heel lang constant. Echt super gewoon!”, aldus Herder.
Milko Tas, die op de tweede plek was gefinisht, was na afloop vooral lovend over het gevecht dat hij met Pieter van Soelen had gestreden. “Eerst dacht ik niet dat ik hem achter me kon houden, maar na een paar ronden bleek dat ik in sommige bochten gewoon sneller was dan Van Soelen. Toen dacht ik van hey, misschien kan ik hem wel achter me houden! Ik heb daarna gewoon echt alles gegeven. De auto was gewoon super, en ik ben dan ook erg blij met dit resultaat”, aldus de blije Tas.
De verwachte strijd tussen het duo Van der Voort/Claassen en de Belg Luc de Cock bleef vandaag uit. John van der Voort kwam namelijk al vroeg in de race in contact met Joost den Ouden, waarna de BMW 1-serie teveel beschadigd bleek om door te rijden. Ook Jan van der Kooi, voorafgaand aan dit weekend derde in het kampioenschap, had zich een betere start van het weekend willen wensen. Hij vergaloppeerde zich in de tarzanbocht en kwam in de grindbak terecht. Van der Kooi kon zijn weg wel vervolgen, maar had door zijn actie wel veel posities moeten prijsgeven.
Luc de Cock kon wel profiteren van de problemen van de concurrentie. Hij liep in het begin van de race ver uit op de concurrentie, die bestond uit Joost Muijen, Berry van Elk en Onno van Rheenen. Van Elk reed vandaag samen met Lotte Cortie in de Mini Cooper S Turbo, en noteerde zeer snelle rondetijden met deze bolide.
Na de pitstops moest De Cock zijn eerste positie weer prijsgeven omdat hij door de vele resultaatseconden veel langer in de pitstraat moest staan dan zijn concurrenten. Hij kwam terug de baan op op de derde positie, achter Joost Muijen en Onno van Rheenen. Het duo Van Elk en Cortie was op dat moment ver teruggevallen, omdat de nog onervaren Cortie achterop het circuit de grindbak in was gespind.
Aan de rangorde van de Sport I-divisie veranderde daarna door de safetycar-situatie niks meer, waardoor Joost Muijen weer een overwinning op zijn CV kon bijschrijven. Onno van Rheenen werd tweede, voor de Belg Luc de Cock. Jan van der Kooi, naast De Cock, Van Rheenen en het duo Van der Voort/Claassen ook nog een serieuze kanshebber voor de titel, eindigde ondanks zijn grindbak moment in de eerste bocht toch nog op de vijfde positie.
In de Sport II-divisie werd vandaag ook hard gereden. Hier was het na negentien ronden Jan-Bart van Merksteijn die met zijn MINI Cooper de overwinning opeiste, voor het duo Van der Does/Gooshouwer en vader en dochter Cusell.