SPA FRANCORCHAMPS - De ervaren Cor Euser heeft de eerste race van de Dutch Supercar Challenge tijdens het Spa Racing Festival op zijn naam geschreven. In een race die bol stond van de actie won de Marcos-coureur uiteindelijk het felle gevecht met Robert de Graaff, die zijn terugkeer in de klasse met een podium bezegelde. Derde eindigden Eddy Renard en Henri Moser, nadat Peter Versluis een tijdstraf van 20 seconden kreeg omdat hij te laat zijn verplichte pitstop maakte. In de Supersport I-divisie ging de overwinning naar Harry Stoeltie, die in de slotfase nog net Kees Kreijne achter zich kon houden. Diederik Sijthoff won in de Supersport II-divisie, terwijl Bert van der Zweerde na een flinke inhaalrace de overwinning binnenhaalde in de Sport-divisie.
Voorafgaand aan de start van de race was het zeer hectisch. Door de opdrogende baan bleek de bandenkeuze voor velen lastig. Sommige coureurs kozen voor regenbanden, anderen voor intermediates en weer anderen kozen voor een combinatie van slicks en intermediates. Het zorgde er onder andere voor dat Berry van Elk vanuit de pitstraat moest starten en dat Nicky Pastorelli, die samen met Danny Werkmann reed, meteen na de start een drive-through kreeg omdat hij door het rode licht van de pitstraat was gereden.
Bij de start van de race doken er meteen een paar coureurs naar voren. René Snel, gestart op de vierde positie, pakte in de eerste ronde al de eerste plaats en kreeg achter zich aan de Engelsman Glynn Geddie. Alex van ’t Hoff was echter ontketend en begon al snel bij de twee koplopers aan te dringen.
Net nadat Alex van ’t Hoff de eerste positie had veroverd ging het fout bij een paar andere coureurs. In Eau Rouge verloor John van der Voort de controle over zijn BMW waarna hij de vangrail toucheerde. In dezelfde ronde spinde Roger Grouwels met de Corvette C5.R GT1, waarna ook Eddy Renard met de Aston Martin DBRS9 GT3 in dezelfde bocht spinde. “Ik wilde na Bruxelles Cor langs de binnenkant inhalen. Ik probeerde er binnendoor voorbij te gaan, maar omdat dat niet helemaal lukte wilde ik hem bij het uitaccelereren verslaan. Ik ging daarbij te snel op het gas waardoor ik spinde. Het was zonde, want ik denk dat ik ondanks mijn mindere kwalificatie misschien wel op het podium had kunnen eindigen vandaag”, aldus Grouwels na afloop, die meteen na de race al klaarstond om nieuwe onderdelen te gaan halen voor zijn auto. “De Corvette heeft wat schrammetjes opgelopen, waardoor we wat nieuwe onderdelen nodig hebben. Maar morgen zijn we er weer bij!”
De Corvette en de Aston Martin konden hun weg vervolgen, maar de bolide van John van der Voort moest weggesleept worden waardoor de safetycar de baan opkwam.
Na de herstart slaagde René Snel er weer in om voorbij te gaan aan Alex van ’t Hoff. Daarachter kwamen Cor Euser en Robert de Graaff snel opstomen. Euser ging snel voorbij aan Abresch, Versluis, Alex van ’t Hoff en uiteindelijk ook René Snel waardoor hij voor de pitstops al de eerste plaats pakte. In het kielzog van Cor Euser reed Robert de Graaff naar de derde positie.
Na de pitstops was Robert de Graaff op de eerste positie komen te liggen, omdat hij langer was doorgereden dan de rest en op een vrije baan snelle rondetijden had kunnen noteren. Cor Euser lag echter binnen tien seconden van de Graaff en liep per ronde een seconde in. In de achttiende ronde ontvouwde zich dan ook een spannend gevecht tussen De Graaff en Euser, wat Euser in zijn voordeel besliste door De Graaff bij La Source uit te remmen.
De derde positie leek naar Peter Versluis te gaan, maar hier stak de wedstrijdleiding na afloop een stokje voor. Omdat Versluis zijn verplichte pitstop te laat maakte kreeg hij twintig strafseconden aan zijn broek waardoor hij terugviel tot de vierde positie, achter het duo Renard/Moser, die een zeer sterk tweede deel van de race reden. Alex van ’t Hoff eindigde op de vijfde positie.
Bij de Supersport I-divisie kwam Henk Thuis voorafgaand aan de start al fors in de problemen. Thuis meldde zich naar mening van de marshalls te laat bij het hek om de baan op te gaan waardoor hij de race al meteen van achteraf mocht starten.
Het was bij de start de als derde gekwalificeerde Philippe Ribbens die meteen de eerste positie pakte. Daarachter was de bolide van Wolf Nathan op de tweede positie te komen liggen, met daarachter weer Rob Frijns. Opvallend was in de beginfase de positie van Harry Stoeltie. Stoeltie is dit weekend ingestapt in een Marcos Mantis van Cor Euser, die bij de vrije training op vrijdag meteen al veel schade opliep. De wagen kon echter gerepareerd worden, waardoor Stoeltie in de beginfase al op de zevende positie lag.
Voor Philippe Ribbens verliep de safetycar-situatie niet zoals gewenst. Ribbens kreeg namelijk na het opheffen van deze situatie een drive-through omdat hij tijdens deze procedure een andere deelnemer zou hebben ingehaald. De Mégane van Ribbens en Ertan viel hierdoor ver terug.
Na de pitstops was Harry Stoeltie op de eerste positie komen te liggen, omdat hij als een van de weinigen geen strafseconden had. Kees Kreijne kwam in de slotfase nog dicht bij Stoeltie in de buurt, maar slaagde er niet in om met zijn Aston Martin voorbij te gaan aan de Marcos Mantis van Stoeltie. Rob en Charlie Frijns eindigden op de derde positie en pakten daarmee wederom waardevolle punten voor het kampioenschap.
In de Supersport II-divisie kon Eugène Janssen niet lang profiteren van zijn pole position. Koploper in het kampioenschap Pieter van Soelen ging er namelijk al snel vandoor en kon tot aan de pitstops een voorsprong opbouwen ten opzichte van zijn achtervolgers, zijnde Luc de Cock en Eugène Janssen.
Na de safetycar-periode begon Diederik Sijthoff steeds beter in zijn ritme te komen. Sijthoff kon vanaf de vijfde positie snel opstomen naar de tweede positie, vlak achter Pieter van Soelen. Na de pitstops pakte Sijthoff met een ruime voorsprong de eerste positie, omdat hij veel minder lang stil hoefde te staan dan zijn concurrenten.
Achter koploper Sijthoff ontstond na de pitstops een spannend gevecht. Marco Poland was op de tweede positie komen te liggen, maar hij kreeg al snel de hete adem in zijn nek van André de Vries. De Vries kon snel voorbij gaan aan Poland, maar toen was de druk voor Poland nog niet voorbij. Robin Monster meldde zich namelijk aan de staart van Poland, waarna om de derde positie nog een fel gevecht ontstond.
Poland leek stand te kunnen houden, maar in de laatste ronde lukte het Monster alsnog om voorbij te gaan aan de BMW van JR Motorsport. De gebroeders Monster eindigden zo nog net op het podium. Aan Pieter van Soelen ging dit alles voorbij. Van Soelen deed het na de pitstops rustig aan en eindigde uiteindelijk op de vijfde positie in zijn klasse. Deze positie was echter genoeg voor voor Van Soelen om het kampioenschap van de Supersport II-divisie veilig te stellen.
Zoals gezegd liep de race in de Sport-divisie niet zoals verwacht voor John van der Voort en Peter Claassen. Het duo, dat in de kwalificatie pole-position had getraind, had weinig plezier aan deze positie. John van der Voort schoot er namelijk hard af in Eau Rouge waardoor de BMW van het team aanzienlijke schade opliep.
Tot aan de safetycar-periode waren het Tom en James Webb die een ruime voorsprong hadden opgebouwd ten opzichte van de concurrentie. Tweede lag Guillaume Schulz, voor Rob Nieman en Aart Bosman die voor de pitstops al in een felle strijd met elkaar verwikkeld waren.
Na de pitstops kwam Bert van der Zweerde als een duveltje uit een doosje naar voren rijden, waarbij hij er uiteindelijk zelfs in slaagde om de eerste positie te pakken te krijgen. “Ik was gestart op slicks maar dat vond ik na de eerste ronden toch nog te gevaarlijk. Daarom ging ik vrij snel al naar binnen om regenbanden te laten monteren. Daarna kwam meteen de safetycar de baan op. Dat was eigenlijk mijn geluk, want omdat de baan droger en droger werd hadden mijn regenbanden het niet lang volgehouden”, aldus Van der Zweerde, die zodra het pitstop window open ging meteen weer naar binnen dook voor slicks. “Ik kwam toen weer de baan op op plaats acht in mijn divisie, met 45 seconden achterstand op de koploper. Ik denk dat ik dan ook zeer blij mag zijn met mijn eerste plaats.”
Op een tweede positie eindigden uiteindelijk Mark van der Aa en Koen Bogaerts. Daarachter was het na de pitstops lang spannend. Rob Nieman, Aart Bosman en Nico Been vochten ronden lang een felle strijd uit onder elkaar, waarbij vele malen van positie werd gewisseld. Vaak lag Rob Nieman op kop, maar regelmatig slaagde Bosman er weer in om voorbij te gaan waarna Nieman door goed op te letten toch weer voorbij Bosman schoot. Toch slaagde Bosman erin om deze strijd uiteindelijk te winnen. De Lotus-coureur bemachtigde daarmee de derde plaats.