SPA-FRANCORCHAMPS - Eindelijk is het Berry van Elk dan gelukt. Na dit jaar al een paar keer kop te hebben gelegen boekte de bestuurder van de Mosler MT900 GT3 op Spa Francorchamps zijn allereerste overwinning in de GT-divisie van de Dutch Supercar Challenge. Van Elk kreeg die overwinning niet cadeau, want Danny Werkman bood in de slotfase knap weerstand. Bovendien profiteerde Van Elk van drive-throughs van equipe De Graaff/Ribbens met de ETEC-Viper en van Peter Versluis in de Ferrari F430 GT2. In de Supersport I-divisie boekte Michael Donovan weer een overwinning na een fel gevecht met Charlie Frijns. Frijns werd uiteindelijk derde, omdat Henk Haane in de slotfase nog voorbij ging aan de Porsche uit de stal van Carworld Motorsport. In de Supersport II-divisie boekte Pieter van Soelen zijn tweede overwinning van het seizoen, door als laatste gestart knap naar voren te rijden. In de Sport-divisie wonnen Nik de Jong en Koen Bogaerts, nadat leider Jitse Villerius zijn BMW 1-serie op Raidillon in de bandenstapels parkeerde.
Bij de start van de race ging het nog niet goed voor Berry van Elk. De Mosler-coureur, gestart vanaf de derde positie, viel terug tot positie acht en moest daarna beginnen aan een lange inhaalrace. Wel goed weg waren Martin Short, Robert de Graaff en Nicky Pastorelli. Het drietal bleef de eerste ronden vlak bij elkaar waarbij Pastorelli de ETEC-Viper flink onder druk zette. Pastorelli ging na een paar ronden in Les Combes voorbij aan de ETEC-Viper van Robert de Graaff, waarna de aanval werd ingezet naar Martin Short.
Tot een echt gevecht kwam het niet, omdat al vrij vroeg de safetycar de baan in kwam. Gerd Rijper en het duo Symons/D’Cruze kwamen namelijk hard met elkaar in aanraking waarna beide bolides weggesleept moesten worden. Met de pitstops in aantocht dacht Martin Short slim te zijn, maar dat liep voor de koploper in het kampioenschap verkeerd af. “Ik dacht dat ik slim was en probeerde door me terug te laten vallen binnen te kunnen komen tijdens de safetycar-situatie”, legde Short na de race uit. “Helaas voor mij ging de safetycar echter een ronde eerder dan ik dacht van de baan af. Toen was mijn race voorbij omdat mijn achterstand op dat moment veel te groot was.”
Short liep hierdoor een ronde achterstand op en was dus kansloos voor de eindoverwinning. Philippe Ribbens, die tijdens de pitstops het stuur van de ETEC-Viper had overgenomen van Robert de Graaff, profiteerde hiervan en lag dan ook met een aantal seconden voorsprong op kop.
Hierachter ontstond er een uiterst spannend gevecht tussen Danny Werkman en Peter Versluis. Versluis noteerde met zijn nieuwe aanwinst, en schitterende Ferrari F430 GT2 waarmee tijdens de Masters Dave Basu nog reed, snelle rondetijden en zette Werkman flink onder druk. Werkman bezweek echter niet en bood ronden lang knap weerstand aan Versluis.
Versluis probeerde in veel bochten voorbij te gaan aan Werkman. In La Source, Les Combes en na Eau Rouge zette hij zijn bolide telkens naast de Omega V8Star van Werkman, maar omdat Werkman zijn lijn goed verdedigde kwam Versluis er maar niet voorbij. Uiteindelijk lukte het Versluis toch. Nadat hij een aanloop had genomen in Eau Rouge schoot hij in Les Combes voorbij aan Werkman.
De strijd was voor Werkman daarna nog niet geleden, want Berry van Elk was na de pitstops snel onderweg en zat al snel aan de staart van de V8Star van Werkman. Werkman moest wederom knokken voor wat hij waard was en wederom deed hij zijn uiterste best om voor zijn belager te blijven.
Ondertussen ging het fout voor de koplopers in de race. Zowel de op de eerste positie liggende Philippe Ribbens alsmede de op de tweede positie liggende Peter Versluis kregen een drive-through penalty omdat ze te kort hadden stilgestaan bij de pitstops. Hierdoor vielen zij terug tot de derde en vierde positie en ging de strijd tussen Van Elk en Werkman ineens om de eerste positie in de race.
Uiteindelijk besliste Van Elk het gevecht in zijn voordeel, door in de één na laatste ronde Werkman in Les Combes te verschalken. Hierdoor behaalde Van Elk zijn eerste overwinning ooit in de GT-divisie van de Dutch Supercar Challenge, voor het duo Werkman/Pastorelli en de ETEC-Viper van equipe De Graaff/Ribbens.
Nicky Pastorelli, teamgenoot van Danny Werkman, was na afloop zeer te spreken over zijn prestatie van zijn teamgenoot. “Danny heeft het echt goed gedaan. Eerst hield hij lang Versluis achter zich en daarna hield hij ronden lang knap stand tegen Berry. Onder zware druk heeft hij geen fouten gemaakt, het was van hem echt een sterke race!”
In de Supersport I-divisie had Webb een zeer goede start. Begonnen vanaf de zevende positie in zijn divisie rukte de Engelsman al snel op naar de eerste plek, voor Nol Köhler en Michael Donovan. René Wijnen, gisteren nog derde in de race, kon deze keer geen vuist maken omdat zijn Mégane kampte met brandstofproblemen.
Ook Henk Thuis had geen schadevrije race. In zijn poging om naar voren te rijden kwam hij al vroeg in aanraking met de Aston Martin van Kees Kreijne en niet veel later kwam Thuis in de busstop ook in aanraking met Nol Köhler. Thuis spinde hierdoor en parkeerde zijn Porsche hierna in de pitstraat. Deze incidenten bleven echter niet onopgemerkt bij de wedstrijdleiding en kunnen voor Thuis, met de voorgeschiedenis van afgelopen seizoen, wel eens tot een schorsing gaan leiden.
Na de safetycar en de pitstops was er een verrassende naam in de top van de divisie te vinden. Charlie Frijns, die bij de pitstops het stuur had overgenomen van zijn vader Rob Frijns, lag namelijk op een tweede positie. Dit werd de eerste positie toen koploper Webb spinde in La Source en achterop het circuit nog een keer van de baan af schoot.
Frijns kreeg het daarna aan de stok met Michael Donovan en moest na een gevecht van een paar ronden zijn meerdere in de ervaren Engelsman erkennen. Ook Henk Haane kreeg Frijns in het vizier en slaagde erin om Frijns voorbij te gaan. Toch mogen vader en zoon Frijns terugkijken op een goede race, want de behaalde derde positie was meer dan verdiend. De overwinning ging naar Michael Donovan, ondanks dat Henk Haane nog zeer dichtbij de Engelsman kwam.
In de Supersport I-divisie ging het in de opwarmronde al fout voor Robin Monster. Hem overkwam hetzelfde probleem waar Pieter van Soelen tijdens de zaterdagrace mee te kampen had. De Seat Leon SuperCopa van Monster ging namelijk in zijn noodloop, waardoor Monster noodgedwongen de pits op moest zoeken. Hierdoor kon de jonge coureur niet profiteren van zijn tweede startpositie.
In het begin van de race waren het Bert van de Zweerde en Bob Herber die vochten om de eerste positie. Het gat tussen het tweetal bleef slechts een paar seconden, maar werd voor Herber niet klein genoeg om echt aan te vallen bij Van de Zweerde. Achter het tweetal reed Pieter van Soelen een sterke race. Hij lag voor de safetycar periode al op de vijfde positie in zijn klasse, nadat hij als laatste was gestart.
Van Soelen rukte tijdens de pitstops nog verder op omdat hij door zijn nulresultaat op de zaterdag bijna geen strafseconden had. Hierdoor kwam de bestuurder van de fraaie BMW 132 GTR op de eerste positie in zijn divisie te liggen, voor zijn teamgenoot Bert van de Zweerde. Van Soelen stond deze positie niet meer af waardoor hij de hoogste trede op het erepodium mocht betreden. Tweede werd Bert van de Zweerde, voor het duo Herber/Tas.
Van Soelen was na afloop zeer blij met zijn overwinning. “Mijn geluk was de safetycar-situatie. Daar heb ik mijn race gewonnen, omdat mijn concurrenten na de safetycar nog lang in de pitstraat stil moesten staan. Ik denk dat ik voortaan maar altijd achteraan start, want dan eindig ik tenminste als eerste!”, aldus een blije Van Soelen, die daarbij refereerde naar zijn recentelijke overwinning tijdens de Pinksterraces op Zandvoort.
Ook Milko Tas en Bob Herber, de bestuurders van de Saker GT, waren na afloop blij. “De derde plek was voor ons echt het maximaal haalbare”, legde Milko Tas na afloop uit. “We moesten langer stilstaan dan onze concurrenten waardoor onze achterstand op de nummers één en twee te groot was. Ik heb toen de race rustig uitgereden, om zeker te zijn van onze derde plek.” Ook teamgenoot Bob Herber was blij met het resultaat van dit weekend op Spa. “Vooraf hadden we tegen elkaar gezegd dat we vooral de schade op onze concurrenten beperkt moesten houden. We hadden nooit verwacht om eerste en derde te worden op dit circuit. Dit doet ons goed!”
In de Sport-divisie had Koen Bogaerts een goede start. Hij ging al snel voorbij aan Laurens de Wit en probeerde op deze manier om een flinke voorsprong op te bouwen op zijn concurrentie. Koen Bogaerts en zijn teamgenoot Nik de Jong hadden namelijk het maximale aantal van zestig strafseconden en moesten dus flink trappen om een goed resultaat te halen.
Het duo werd daarbij geremd door de safetycar-situatie en kwam daardoor na de pitstops op een vierde positie terug in het veld. Nik de Jong, die het stuur van Koen Bogaerts had overgenomen, begon hierna aan een inhaalrace. Al snel werden Nico Been en Laurens de Wit ingehaald en werd er koers gezet naar koploper Jitse Villerius, die het stuur van Peter Tunissen had overgenomen.
Villerius maakte echter een kostbare fout, want de Downforce Motorsport-coureur zijn parkeerde BMW 1-serie op Raidillon in de bandenstapels. Voor Nik de Jong en Koen Bogaerts was het toen een gelopen race; zij konden met stabiele rondetijden hun eerste positie veiligstellen. Tweede werd Laurens de Wit, voor Nico Been die met zijn Renault Clio knap derde eindige op het Ardennencircuit.