ZANDVOORT – Simon Knap heeft zijn tweede zege van het Dutch GT4-seizoen geboekt. De KTG-coureur reed een solide race op de tweede plek en profiteerde toen de BMW van Duncan Huisman en Ricardo van der Ende naar binnen werd geroepen voor een drive-through-penalty. “Dit is super. Er zou wat moeten gebeuren om nog een plekje op te schuiven en dat gebeurde”, liet de opgeluchte Knap weten.
Huisman liet direct zien dat het hem menens was. Hij pakte al bij de eerste doorkomst bijna een volle seconde ten opzichte van Jan Lammers, naar later dus zou blijken vanwege een vermeende valse start. Zijn opgebouwde voorsprong verdween echter als sneeuw voo de zon door een safety-car-fase. Alex van ’t Hoff verloor bij het uitkomen van het Scheivlak de controle over zijn Camaro en vloog vol over de kop.
De crash was zo zwaar dat het bijna twintig minuten duurde om de ravage op te ruimen. Van ’t Hoff werd afgevoerd met de ambulance, maar bleek na de nodige checks in het medical center in orde.
Door de lange safety car-situatie werd het veld weer losgelaten toen het pit window al open was. Verschillende rijders, zoals Jan Lammers, Dick Freebird en Dennis Retera doken meteen naar binnen, terwijl Huisman en ook Knap wat langer wachten.
Van der Ende, die het stuur overnam van Huisman, behield de leiding, terwijl Knap door kon strijden als tweede. Phil Bastiaans zette zijn Porsche direct naast de Corvette van Peter van der Kolk en reed zodoende derde. Lang duurde dat echter niet, want de wedstrijdleiding riep een groot deel van het veld naar binnen voor een stop and go-penalty. Raceleider Van der Ende ontsprong de dans niet en kreeg een drive through-penalty voor een valse start. Ook Bastiaans, Cor Euser, Philip van Beurden, Peter Stox, Luc Braams en Peter van der Kolk moesten binnenkomen, zij voor een te korte pitstop.
De straffenregen schudde de slagvolgorde flink door elkaar. Knap nam de leiding over en had plotseling een zee van ruimte om zich heen. “Ik was een van de laatste met m’n pitstop. De stop zelf was goed, alles liep zoals het moest gaan en ik kon de baan weer op. Ik keek en zag de Ekris BMW al komen, dus ik wist dat het achtervolgen zou worden. Ze hadden het tempo er verschrikkelijk hard in en het was verschrikkelijk moeilijk om te volgen. Er zou wat moeten gebeuren, wilde ik nog een plekje opschuiven. Dat gebeurde, dat is gewoon super.”
In de nog resterende raceronden kwam zijn leiding dan ook niet meer in gevaar. De achterstand van Jan Joris Verheul, die net als Knap niet bestraft werd, bedroeg bij het vallen van de vlag namelijk zo’n zeven seconden. “Ik denk dat we onze zaakjes goed voor elkaar hebben”, vertelde Verheul, die het grootste deel van het racewerk voor zijn rekening nam. “We gaan harder en harder, de samenwerking tussen Dennis en mij is heel erg goed.”
Huisman en Van der Ende kwamen uiteindelijk als derde over de streep, maar echt tevreden kon het duo daar niet mee zijn. “Het leek alsof ik gas gaf, maar dat deed ik absoluut niet”, aldus Huisman na de race. “Ik wil de beelden wel eens zien van de auto’s die achter ons reden. We hebben camera’s in de auto, data, we hebben van alles. Als nu zou blijken dat het geen valse start was, dan moeten we weer een hoop geld gaan betalen en protesteren. Daar heb ik helemaal geen zin in.”
Mathijs Harkema en Henry Zumbrink eindigden als vierde, nadat zij vlak achter de BMW van Ekris aan de slotfase van de race begonnen. Jan Lammers en Phil Bastiaans sleepten de vijfde plaats in de wacht, gevolgd door Pieter Christiaan en Bernhard van Oranje in de tweede Ekris-BMW. Jeroen Bleekemolen en Peter van der Kolk eindigden na hun stop and go als zevende, voor Rob Kamphues en Peter Stox.