ZANDVOORT – Tijdens de DTM-race op Zandvoort mogen de coureurs geen gebruik maken van het Drag Reduction System, waarbij de achtervleugel 15 graden vlakker gezet kan worden om een hogere topsnelheid te genereren. Dit moet inhaalacties bevorderen. Het systeem heeft dit seizoen al vele malen haar succes bewezen en zou zeker op het Nederlandse circuit een hulpmiddel zijn aangezien inhalen in het verleden er zeer lastig is gebleken. De organisatie heeft echter besloten het gebruik op het duinencircuit te verbieden, tot ongenoegen van onder meer Mercedescoureur Gary Paffett.
De coureurs mogen normaliter de vleugel platter zetten wanneer zij binnen twee seconden van hun voorganger rijden. Het DRS mag eenmaal per ronde ingezet worden, de duur van de actie is niet van belang. De organisatie was bang dat de coureurs na de Audi-S het systeem zouden inschakelen en vervolgens in de laatste twee bochten geactiveerd zouden laten. Dat kan met name in de laatste bocht tot gevaarlijke momenten leiden, aangezien de uitloopzone minimaal is. Enkele jaren geleden leidde dat al tot een zware crash van Peter Dumbreck.
“Uiteindelijk zijn wij degenen die de auto's besturen. Zonde dat deze beslissing genomen is. Het is duidelijk dat het te maken heeft met veiligheidsgronden maar ik weet zeker dat het gewerkt had”, aldus titelleider Mike Rockenfeller. Mercedescoureur Gary Paffett voegde toe: “Hopelijk wordt deze beslissing in de rijdersbriefing opgehelderd, want blijkbaar zijn de coureurs helemaal niet betrokken bij het beslissingsproces. Wij zijn allemaal vaardig en activeren de DRS enkel wanneer wij het veilig achten. Dit is geen plus voor de autosport, de DRS had de race logischerwijs spannender gemaakt. Het had ons een geweldige inhaalmogelijkheid gegeven.”