Bob ten Harkel en Herman Vaanholt van Team De Weekkrant volgen in de Dakar Rally 2006 tot op heden helemaal hun eigen script. Met een ambitieus einddoel voor ogen, zijn ze behoudend van start gegaan, hebben de rotspaden en het Atlasgebergte in Marokko doorstaan en klommen daarbij langzamerhand in het algemeen klassement. Ze hadden weinig lekke banden, geen noemenswaardige schade aan de sterke Bowler of andere problemen en konden voldoende slapen. Ook de serviceploeg is nog relatief fris. Want ook zij kwamen aan veel slaap toe omdat ook de tweede equipe van het team, Rick Aarts/Roland Rijpma, alle dagen ruim op tijd in het bivak aankwamen.
Na een kleine onderlinge gewenningsperiode en aanlooptijd in de Dakar Rally lijkt het erop dat Bob ten Harkel in zijn ritme begint te komen. De steenachtige paden en vele gaten van Marokko zijn ingeruild voor de zandduinen in Mauritanië: één van de zwaarste gedeelten van de 9.000 kilometer lange woestijnrally. De etappe van 6 januari was vooraf al bestempeld als een ‘killer’. Maar het was juist op 5 januari dat Ten Harkel en Vaanholt zeiden: ‘morgen moet het gebeuren’.
Grote stappen
En het gebeurde op 6 januari. De dag bleek voor de meest ervaren equipe van Team De Weekkrant heel voorspoedig te verlopen. Al op het eerste controlepunt waren ze heel veel plaatsen geklommen. Uiteindelijk finishten Ten Harkel/Vaanholt op een schitterende 17de plaats in de etappe van Zouérat naar Atár. Het levert een evenzo schitterende 25ste positie in het algemeen klassement op (was 53ste). Vaanholt: “Daarmee zijn onze doelen heel wat dichterbij gekomen. En het ging super vandaag. We hadden ontzettend veel duinen. Maar Bob is een duinrat! Wat rijdt hij hier makkelijk en gecontroleerd. We zetten alles op alles om zonder schade aan de rustdag te komen. Daarna komen er nog enkele zware dagen.”