SAN SALVADOR DE JUJUY - Sommige mensen vinden afzien in de Dakar-rally leuk. Kees Koolen is er zo een. Hij noemde de derde etappe van San Miguel de Tucuman naar San Salvador de Jujuy ‘een leuke dag’. in de Dakar-rally, waarin hij 340 kilometer zonder remmen reed, in een afgrondje donderde, in het donker nagenoeg zonder licht reed en bij aankomst in het bivak eerst nog even een slang om zeep moest helpen. Pas uren later, tegen drie uur ’s nachts, kwam Jurgen van den Goorbergh met zijn GoKoBra-buggy aan in het bivak. Compleet gesloopt na talloze keren vast te hebben gezeten en banden te hebben geplakt. De derde etappe was voor Kees Koolen en Jurgen van den Goorbergh dramatisch en heroïsch.
Koolen ging goed tot 44 kilometer in de special. Toen dacht hij dat hij door het mulle feche-feche heen was en reed met zijn buggy vast in het cementpoederachtige spul. "Ik heb een half uur staan graven, maar kwam er op eigen kracht niet uit. Gelukkig was er een jeep die me eruit trok."
Daarna ging het goed, tot 160 kilometer in de proef op een stuk met veel stenen. Eentje ervan raakte Koolen, waardoor een stuurkogel afbrak en zijn remleidingen werden vernield. Doordat de buggy onbestuurbaar was geworden, ging deze rechtdoor een afgrond in. ,,Daar heb ik gerepareerd wat ik kon repareren. De remmen kon ik niet maken. De rest van de special heb ik dus zonder remmen gereden."
Achteraf gezien vond Koolen dat niet eens erg. Afremmen deed hij door te driften met de buggy. "Ik heb de hele dag zitten karten, en dat is best leuk."
Koolen begon pas in het donker aan het laatste deel van de wedstrijd: een stuk met smalle paadjes en veel begroeiing. Omdat ze hadden besloten pas later de grote lampen op de buggy te bouwen, moest Koolen het doen met weinig licht. "Ik zag heel weinig, dus ik heb het rustig aan gedaan."
Bij aankomst in het bivak bleek een grote slang onder de vrachtwagen van Super B te zitten. Koolen twijfelde niet, pakte zijn schep van de buggy en ging het dier daarmee te lijf. Koolen besloot zijn roadbook voor de vierde etappe te gaan klaarmaken en hij was daarmee net klaar toen Jurgen van den Goorbergh het bivak bereikte. Doodmoe en bedekt met een grijs laagje stof kroop hij uit zijn buggy, vol met blaadjes, takjes en ander groen spul.
De basis van de problemen was een afgebroken gaspedaal, al heel vroeg in de special. "Ik stond met een sleepkabel te zwaaien, maar niemand stopte. De vrachtwagens kwamen al langs, allemaal plankgas. Terwijl het echt maar tien seconden werk was geweest om mij even uit het feche-feche te trekken."
Nadat hij het gaspedaal provisorisch had gerepareerd, deed Van den Goorbergh uren over de 45 kilometer feche-feche. Keer op keer kwam hij vast te zitten. "Ik heb zo vaak gedacht: ‘Ik kom er niet doorheen, het is afgelopen’. Maar iedere keer kwam ik toch weer los en kon ik verder. Maar bij iedere bocht hield ik mijn hart vast. Ik probeerde uit de sporen te blijven, maar aan de zijkanten heb ik elk struikje en iedere tak meegepakt die ik tegenkwam. Het valt mee dat ik nog een dak heb."
Peter van der Kolk bleef bij Van den Goorbergh, die op het laatst ook nog te maken kreeg met een lekke band. Met hulp van andere deelnemers kon hij die repareren. "Ik weet wel dat Dakar afzien is, maar om nu alles op één dag te krijgen is wel wat gortig."