De Dakar Rally is niet voor mietjes. Wie geen doorzetter is kan dan ook maar beter thuis blijven. Er wordt wel eens schamper gezegd dat je alleen vroeger schepen van hout en mannen van staal had, maar dan ken je Peter Versluis, Cor Euser en Pieter van Kruijsdijk nog niet. In de tweede etappe toen Euser achter het stuur zat, maakte hun MAN vrachtwagen met nummer 522 een fikse schuiver.
De truck lag op de zijkant, maar zij gaven geen kik. "Nee, we hebben geen schrik gehad. Meteen uit de cabine gekropen en gelijk begonnen met de truck weer op zijn poten te helpen", vertelde Peter Versluis over het incident dat de wagen uiterlijk geen goed deed. Een schoonheidsbehandeling was zinloos nadat de laadbak forse schade had opgelopen. De truck lijkt nu op een enorme pick-up, of zoals teammanager Fred van Putten er een eerste truck-cabriolet in zag.
Nadat Cor Euser in de vierde etappe weer het stuur van Peter Versluis had overgenomen, vertelde hij uitgelaten na afloop: "Er kwam een man op me af en zei dat dit een echte Dakar-wagen was. 'This is a real Dakar-car, a Mad Max', riep die enthousiast."
Op de wat prikkelende vraag aan Cor of hij zijn lesje nu had geleerd, reageerde de ervaren autocoureur nors: "Ja, ik heb de proef nu constant in de eerste versnelling gereden, puh. Wat een onzin van dat lesje hebben geleerd. Ik sprak er voor de proef nog met Jan Lammers over. Ook hij was het met me eens dat Dakar-mensen denken dat wij Zandvoort-racers een stelletje gekken zijn. Alsof we niet weten wat we doen. Dat de truck op zijn kant ging, had alles met de remmen te maken. Of eigenlijk met remmen die niet werkten. We hadden een remprobleem achter en dat verplaatste zich naar de voorremmen. Die sloeg rechts voor vast en alle kracht kwam op links voor te liggen, waardoor de wagen opeens een andere kant opstuurde. Maar als ik achter het stuur zit, dan zal er wel gezegd worden dat ik te hard zou hebben gereden. Onzin natuurlijk."