BERGHEM - Soms zit het mee en soms zit het tegen. Het is een levenswijsheid waarover de pas negenjarige Roderick Pikker kan meepraten. Eerder dit jaar stond hij bij het NK in Berghem nog op het podium, nu was de snelheid er opnieuw, maar moest hij zich door tegenslag vanuit het achterveld terug knokken. De jonge Hagenaar presteerde het tijdens de zevende ronde van het NK Rotax Max om twee keer een tiende plaats te noteren in de MicroMax-klasse, ondanks een uitvalbeurt en problemen aan zijn kart. Belangrijker nog: Roderick toonde daarmee over meer dan voldoende vechtlust te beschikken.
Natuurlijk was hij teleurgesteld. Zijn prestaties hadden beter kunnen zijn. Tegelijkertijd wist Roderick dat zijn twee toptiennoteringen te danken waren aan het feit dat hij nooit had opgegeven. “Vechten om posities kan ik goed”, sprak hij zelfbewust. “Na mijn uitvalbeurt in de eerste race dacht ik: gewoon naar voren rijden en dan maar zien wat er gebeurt. Dat had ik de hele tijd in mijn hoofd: naar voren, naar voren, naar voren.”
En naar voren ging het. Omdat hij in de eerste race was uitgevallen met een kromme kart - hij was met een andere rijder gecrasht -, moest hij race twee beginnen van de weinig benijdenswaardige 32e plaats. Een goede klassering leek uitgesloten, maar Roderick bewees het tegendeel. Zijn team had weer keihard gewerkt om de kart tip-top te prepareren en toen was het de beurt aan Pikker om zijn talent te tonen. Als een jager op jacht naar zijn prooi joeg hij door het veld, steeds weer karters inhalend. Zijn opmars stokte uiteindelijk op de tiende plaats. Tweeëntwintig rijders ingehaald in één race, een prestatie om trots op te zijn. Roderick had van de race genoten. “Het was moeilijk, zoveel jongens inhalen, maar het was ook heel leuk om te doen. Hoe je dat doet, leer je gewoon tijdens het racen.”
Wat Roderick betreft is inhalen juist zijn kwaliteit. Dat moet hij ook goed kunnen, als compensatie voor zijn kwalificatie. Die is nog niet goed genoeg, vindt Roderick, kritisch als hij is op zichzelf. “Het lukt me steeds niet om vooraan te komen, terwijl ik tijdens de trainingen wel vaak één van de snelsten ben. Hoe dat kan weet ik niet.”
Vanwege zijn tiende plaats in de tweede race mocht hij de derde race van de tiende positie beginnen. Een mooi uitgangspunt voor een resultaat ergens voorin. Maar ja, toen kreeg hij problemen met zijn kart. Plots leek een goede klassering onmogelijk. “Dat was pech hebben”, verklaarde Roderick. “Ik heb toch nog verder kunnen rijden. Zo ben ik nog als tiende geëindigd. Daar was ik wel tevreden mee.”