BERGHEM – Voor Roderick Pikker
blijft Johan Cruijff zijn grote voorbeeld. Zowel qua prestaties als knokkersmentaliteit. De onlangs overleden wereldvoetballer won heel veel en overwon ook weleens pech. In dat laatste geval: hij kwam er altijd sterker uit. Roderick heeft dat goede voorbeeld ter harte genomen. De tienjarige karter uit Den Haag had tijdens de eerste ronde van het Nederlands kampioenschap Rotax Max als rookie in de minimaxklasse wat pech, maar leerde daar zo veel van dat hij de volgende keer sterker ten tonele zal verschijnen.
Moeten omgaan met teleurstellingen hoort bij de ontwikkeling van een jonge, talentvolle karter tot topcoureur. Het maakt Roderick mentaal sterker. Zou zelfs zijn startnummer hem daarbij helpen? Dat is namelijk hetzelfde als het legendarische nummer van Cruijff: 14 dus. Hij nam het nota bene op aanraden van Cruijff zelf! Dat was in de skybox bij Ajax waar Roderick de legendarische voetballer wel vaker ontmoette. En dat nummer veertien past bij hem, want net zoals Cruijff heeft ook Roderick maar één motto: "Ik wil altijd winnen."
Dat hem dat niet lukte in Berghem was jammer, maar het was fijn dat hij er een mooi aanknopingspunt had gevonden voor de komende NK-races. Want hoewel de jonge Hagenaar door pech niet voorin kon rijden, wist Roderick dat zijn snelheid op het Brabantse circuit dik in orde was. “In de trainingen reed ik dezelfde tijden als de snelste rijders. Dat gaf me een goed gevoel.”
Na de eerste race, waarin hij werd aangetikt en daarna zijn motor jammer genoeg niet meer aan de praat kreeg, werd zijn strijdbaarheid in de tweede race nog wat meer op de proef gesteld. Na een prima eerste deel van de race, werd zijn motor helaas wat te warm, waardoor deze wat aan snelheid inboette. Hij moest helaas een aantal plaatsjes prijsgeven.
Net als de veel te vroeg overleden Cruijff dat nooit deed, wilde ook Roderick niet van opgeven weten. De race had het beste in hem naar boven gehaald. “Als het minder goed gaat, ga ik extra mijn best doen om een paar plekken te winnen. Ik wil per se zo ver mogelijk vooraan rijden”, toonde Roderick dat hij er de jongen niet naar is om het hoofd te laten hangen. “Ik weet nu dat ik goed moet oppassen dat ik de motor niet te warm laat worden.”
Roderick bewees een snelle leerling te zijn, want in de derde race gebeurde hem dat niet meer. Hij was erop gebrand zich flink naar voren te vechten. Daar leek hij uitermate goed in te slagen, want de race was nog niet halverwege of de talentvolle jongeling lag al op de zevende plaats! Helaas werd hij van achteren aangetikt en moest hij zijn fraaie opmars staken. “De race ging eigenlijk heel goed. De motor liep goed en kon makkelijk naar voren rijden. Maar ja, toen kreeg ik een tik van achteren. Dat was jammer.”
Terugblikkend concludeerde Roderick dat hij weleens een beter weekeinde had gehad, maar hij zoals het een topsporter betaamt, liet hij zich niet kennen, net zoals Cruijff dat ook nooit deed. “Na de pech in de race voel ik me niet zo heel vrolijk, maar een dag later denk ik er niet meer over na”, zei hij. “Dan kijk ik uit naar de volgende race. Dan wil ik weer laten zien wat ik kan. De volgende NK is in Hahn. Dat is een technische baan. Ik heb er weer zin, gelukkig is de race alweer snel."