Tijdens de finaleraces van het afgelopen weekend in Zandvoort deed zich een race-incident voor tijdens de Toerwagen Diesel Cup waar Prins Bernhard Jr. als schuldige werd aangewezen. Jan Lammers, oud F1-coureur en 24U van Le Mans winnaar is het daar totaal niet mee eens. "Het erge is dat de racende Prins aan de schandpaal wordt genageld", vindt Jan Lammers. Hij beschermt Prins Bernhard Jr. en geeft zijn kundige visie op het gebeuren. "Laten we voorop stellen dat het feit dat er geen gewonden zijn gevallen vele malen belangrijker is dan de schuldvraag. Nu dit niet het geval is vind ik het fair om de zaak enigszins in perspectief te zetten. Het voorval gebeurde tijdens een race in het bijprogramma van het nieuwe populaire Dutch GT4 Kampioenschap, het was de zogenaamde Toerwagen Diesel Cup. Een race van 50 minuten die door twee rijders wordt verreden. Net als met de Golfsport gebeurd dit op basis van het ‘Pro-Am’ principe. Een heel populaire formule. Het vereist echter een goede en strakke wedstrijdleiding."
"Tijdens de kwalificatie trainingen wordt de startvolgorde bepaald en vanzelfsprekend is het meestal de ‘Pro’, die de auto het meest vooraan laat beginnen. Sommige Equipes kiezen echter soms voor een gevaarlijke strategie, de equipe Lisette Braams/Uljee besloten voor zo’n strategie. Gaby Uljee (Pro) had de auto heel netjes op de eerste rij gezet. Wat je dan kan doen is de minder ervaren rijder zoals in dit geval Lisette laten starten, zij is wat langzamer wat volledig begrijpelijk is, want ze racet nog maar kort en doet het zelfs voor iemand met weinig ervaring heel goed! Maar toch minder ervaring en minder snelheid dan de meeste deelnemers achter je, zo start je de race. De gedachten erachter, is de gevaarlijke en de opportunistische! Je houdt namelijk het veld achter je enigszins op en ze moeten er maar voorbij zien te komen, tegen de tijd dat de ‘Pro’ (Gaby) achter het stuur komt hoop je dat de andere genoeg oponthoud hebben gehad zodat zij nog uitzicht heeft op de overwinning, net zo slim als riskant. Waarvan Akte. Want een ding weet (Lisette) je zeker en dat is dat je de eerste tien ronden van de race vrijwel constant zal worden ingehaald of dat er iemand naast je zit. Dat is punt 1. Punt 2 is dat voorafgaand aan de bocht waar het incident plaatsvond maakte Lisette een kleine fout waardoor ze iets wijder en langzamer de Kumhobocht uitkwam, daardoor kreeg Bernhard Jr. de gelegenheid naast haar te komen. Dit moest hij ook wel doen want anders werd hij zelf ingehaald, zo dicht zaten ze op elkaar!”
“Nu het incident en de verschillende lezingen. Bernhard:” Ik zat naast Lisette en schrok me rot dat ze plotseling naar binnen kwam waar ik vrijwel op gelijke hoogte zat, ik probeerde nog naar rechts uit te wijken maar raakte daardoor de stenen rand aan de binnenkant, vanaf dit moment was ik kansloos en kon ik Lisette niet meer ontwijken. Achter op mijn bumper reden de andere auto’s dus simpelweg gas loslaten en/of remmen was ook niet zonder risico. Lisette: ”Ik kon niet geloven dat je me zo maar van de baan af reed en had je daar nooit verwacht”. De wedstrijdleiding was van mening dat Bernhard ‘daar niet had moeten zitten’. Het was een grote klap en dan wil je natuurlijk ook heel graag een schuldige aanwijzen, allemaal volstrekt normaal. Ook normaal is dat je degene die net een doodklap heeft gemaakt niet graag als schuldige wil aanwijzen, zeker niet als het zo’n leuke vrouw als Lisette is.”
“In mijn optiek is die schuldige er net zo min als de onschuldige, hoe vervelend dat ook mag zijn voor de betrokkene. Mijn mening is dat Lisette door de strategie van de race en haar kleine fout in de voorafgaande bocht had kunnen weten dat iemand naast haar kon zitten. Bernhard had misschien meer rekening kunnen houden met de onervarenheid van Lisette. Conclusie: Een schuldvraag bevind zich maximaal in de marge, 45% schuld hebben ze allebei en de laatste 10% kunnen we over discussiëren. Hoe Bernhard nu aan de schandpaal genageld wordt is buiten elke proportie. Als de wedstrijdleider stelt dat Bernhard bij veel andere incidenten betrokken is geweest zegt mij dat niets want ik heb zowel de wedstrijdleider als de betrokken sportcommissarissen nog nooit op enige kennis van autoracen kunnen betrappen. Bernhard en Lisette zijn twee prima autosporters die elkaar ook hebben omhelst, het was een onfortuinlijk race-incident wat God zij dank goed afliep.”
Jan Lammers