No Camel, No Glory! Dat was de kreet die alle teamleden tijdens de Dunlop 24h van Dubai op de teamshirtjes hadden staan. Red Camel Racing stond voor deze 24 uurs slijtageslag in het indrukwekkende Doebai met twee auto’s aan de start. Een SEAT Leon diesel 2.0 TDI en een speciale 'Diesel' Saker met een 3.0 TDI motor. Het enthousiaste team blikt terug.
Tijdens de trainingen kwamen er een paar kleine problemen aan het licht. Deze werden echter verholpen en Jeroen Bleekemolen, die ook als rijder bij een ander team in Dubai aanwezig was, werd als 'Saker Ambassadeur' gevraagd om enkele ronden in de Diesel Saker te rijden. Zijn tips om de grip achter te verbeteren hielpen wel maar konden het probleem niet helemaal oplossen, waardoor de Saker uiteindelijk op de tiende positie in SP2 kwalificeerde. In de SEAT verliep alles goed en stond deze na de kwalificaties op P2 in de D1-dieselklasse. Het hele team was bij aanvang erg gemotiveerd gezien de kansen voor beide auto’s. Uniek voor het team bleek dat zij verschillende rijders hadden die op beide auto’s zouden rijden. Jean-Sebastian Sauriol, Henk Thijssen, Monny Krant en Ivo Breukers streden op de beide auto’s terwijl Wolf Nathan alleen op de SEAT en Ton Verkoelen alleen op de Saker hun stints voor hun rekening zouden nemen.
Alle coureurs waren onder de indruk van de voorzieningen van het Dubai Autodrome en het circuit. “Een extreem technisch circuit, iedere ronde is een uitdaging, keer op keer”, verklaarde Wolf Nathan.
De start van beide auto’s verliep prima. De SEAT lag lang op de tweede plek, maar Monny wist deze aan het eind van zijn eerste stint naar binnen te brengen op P1. De Saker spinde waardoor de auto even gecheckt moest worden, maar ook deze lag na een aantal stints alweer op de zevende plek in de SP2-klasse. In de nacht kwam het team ogen en oren te kort met alle andere 78 auto’s op de baan.
Ivo had de pech om in zijn avond stint met zijn SEAT linkervoorwiel een achterwiel van een Porsche te raken die wel erg vroeg in stuurde. Na een superstop waarbij de aandrijfas en draagarm werden verwisseld, lag het team weer op P3. Henk en Wolf zorgden er echter voor dat in de nacht de SEAT weer fier op P1 rondreed. De Saker ging goed en klom naar de vierde plek, af en toe terugzakkend naar de vijfde plek indien een aandrijfas moest worden verwisseld, wat een paar keer gebeurde.
Bij de Leon sloeg in de vroege morgen het noodlot toe. Nadat Monny de bolide al een keer zachtjes een muurtje had laten kussen, was het Jean-Sebastiaan die dit nog eens overdeed. De rij-instructeur uit Canada vertelde dat hij de macht over het stuur had verloren nadat hij vermoedelijk over een plas olie was gereden. Hij knalde op exact dezelfde plek in de muur waar een aantal jaren geleden de SEAT Leon bijna werd afgeschreven. Jean Sebastian had al eerder in de race een Porsche op bezoek gehad waarbij de rechterzijkant iets minder aerodynamisch was geworden, maar nu was het over en uit. De monteurs probeerden nog het een en ander te richten, maar dat bleek niet meer mogelijk. Om weer te kunnen rijden, zou de motor moeten worden uitgebouwd, steunbalken richten en de motor weer terug worden ingebouwd en daarvoor was de tijd eenvoudigweg te kort. De podiumplaats in D1 ging aan het team voorbij. Game over voor de SEAT dus.
Bij de Saker was het intussen ook spannend aan het worden, ruikend aan het podium koos het team ervoor het rustiger aan te doen. Het maximum aantal homokineten van de aandrijfassen was verbruikt en het team moest alle zeilen bijzetten om heelhuids de finish te halen. Als op eieren reed de Saker de laatste uren zijn ronden. Toen Ton na de laatste vervanging van de as door een gebruikt exemplaar de met de Saker voor de laatste keer de pits verliet, steeg de spanning naar ongekende hoogte. Groot was de ontlading dan ook toen Ton na 24 uur racen op P4 de finish passeerde. De eerste deelname en finish in een 24 uursrace voor een Saker was een feit.