In de aanloop naar de honderdste Indy 500 kijkt RaceXpress elke maand (
bekijk nog eens deel 1) terug op een bijzondere editie van The Greatest Spectacle in Racing. Deze maand deel 2, de Indy 500 van 1992. Koud weer zorgt voor een turbulente race en een erg close finish. Op de finish was het verschil tussen de nummers één en twee slechts 0,043 seconde! Voor de familie Andretti werd de race weer een hoofdstuk in het verhaal over de 'Andretti Curse'.
De Indy 500 van 1992 begon chaotisch. Het was ongewoon koud in de maand mei in Indianapolis. De kou zorgde er voor dat de banden in eerste instantie minder snel opgewarmd waren. De kou zorgden daarnaast voor extra snelheid. Roberto Guerrero had de pole position verovert. De Colombiaanse voormalig F1-coureur genoot niet lang van zijn goede positie. Al in een van de opwarmronden verloor hij de controle over zijn auto en crashte hij in de muur. Rookie Philippe Gache spinde ook vóór de start, hij kon zijn race wel vervolgen. De Nederlander Arie Luyendijk startte de race vanaf plaats vier.
In de openingsfase van de race reden Mario en zijn zoon Michael Andretti vooraan. Beide coureurs reden voor Newman/Haas/Lanigan Racing. Naast vader en zoon deden ook Jeff Andretti (broer van Michael) en John Andretti (neef van Mario) mee aan de race. Door de hoge snelheden kwamen veel coureurs in de problemen. De kansen voor Mario Andretti waren snel verkeken, hij moest naar binnen met electrische problemen. Luyendijk werd de voornaamste bedreiging voor Michael Andretti. Tom Sneva, winnaar van de race in 1983, had de eerste zware crash van de race.
In de eerste helft van de race gold het Amerikaanse spreekwoord "cautions breed cautions", als er eenmaal één neutralisatie is geweest, volgen er meer. Bij elke neutralisatie koelden de banden en motoren snel af, dit bracht nieuw risico voor de coureurs. Bij elke herstart liep Michael Andretti snel uit op Arie Luyendijk en de rest van het veld. Na een korte gele vlag periode voor Gordon Johncock (winnaar 1973 en 1982) werd het veld vrijgegeven. Al in de eerste raceronde na de neutralisatie crashten Gache en Stan Fox. Beiden coureurs werden afgevoerd naar het medische centrum op het circuit.
Bij de volgende herstart ging het opnieuw mis. Voormalig F1-wereldkampioen Emerson Fittipaldi, viervoudig Indy 500 winnaar Rick Mears en voormalig Lotus F1-coureur Jim Crawford crashten. Mears crashte in een spinnende Crawford, Fittipaldi crashte achter het duo. Opnieuw werd de race vrijgegeven, en opnieuw was er een crash. Ditmaal was het Mario Andretti, winnaar van de race in 1969, in de muur. Bij de herstart ging het ditmaal goed, voor vijftien ronden. Jimmy Vasser, in zijn eerste Indy 500, ging hard in de muur. Een andere rookie, Brian Bonner, ging bij de volgende herstart in de muur. Na 102 ronden, halverwege de race, waren 51 ronden onder de gele vlag gereden.
De tweede helft van de race ging met minder ongevallen. Michael Andretti bleef dominant. Luyendijk, Eddie Cheever en Al Unser Jr. waren de enigen die de Andretti telg konden volgen. Luyendijk, winnaar van de race in 1990 en 1997, reed lang op de tweede plaats. Helaas kwam de race van de Nederlander voortijdig ten einde. Met nog 65 ronden te gaan brak een van de assen van de auto. Hierdoor ging de Nederlander in de muur.
De race naderde een dramatische ontknoping. Na een foutloze race verloor de auto van Michael Andretti benzinedruk. Andretti viel uit met nog slechts elf ronden te rijden. Al Unser Jr. nam de leiding over, hij kwam onder hoge druk van Scott Goodyear te staan. Unser vocht als een leeuw en hield de Canadees achter zich om zijn eerste Indy 500 te winnen.