Robin Frijns hoopt dit weekend weer punten te kunnen scoren tijdens de tweede race van het FIA Formule E kampioenschap, die plaats vindt in Maleisië. Frijns komt dit seizoen in actie voor de renstal van Andretti. Het team van Andretti is één van de teams die nog rijdt met 'oude motoren' van vorig jaar en daarmee mist hij duidelijk topsnelheid ten opzichte van de teams met nieuwe motoren.
Frijns eindigde in Beijing als tiende. Hij beschrijft het chaotische einde van zijn race toen hij vocht tegen het te hoge energieverbruik, terwijl hij zijn concurrenten voor het laatste punt probeerde voor te blijven.
"Toen we begonnen aan de voorlaatste ronde was de temperatuur van de batterij een beetje te hoog en ik had geen volledig vermogen meer, daardoor reed ik een zeer trage ronde die zo´n zes seconden langzamer was en zag dat de anderen dichterbij kwamen", legde de Andretti Formule E rijder uit.
"Bij het uitkomen van de laatste bocht zag ik op mijn dashboard dat het vermogen bijna totaal weg was, maar ik had nog net genoeg kracht om de finishlijn te passeren."
De Nederlandse coureur is van mening dat het grootste verschil tussen de auto's die rijden met nieuwe technologie en de teams die rijden met de motoren uit het eerste seizoen, zoals Aguri en Andretti, de topsnelheid is.
"We hebben pas een race achter de rug, maar ik reed achter een DS Virgin auto en waar het gewoon aan ontbrak is een beetje topsnelheid, echt. We rijden dezelfde auto's, maar de motor is anders, dus we zijn in de bochten allemaal hetzelfde, maar net op het rechte stuk verliezen we teveel."